‘Adviseur strategische communicatie’ noem ik mijzelf. En bovendien ‘senior’ – per slot ben ik van 1943. Neemt niet weg dat ik vandaag de dag (nog) actief ben als zelfstandig communicatieadviseur, docent, coach, auteur en gastspreker.

Mijn loopbaan begon ik als perschef voor internationale filmfestivals (Utrecht,  Rotterdam) en gaf daarna gedurende 16 jaar leiding aan de communicatieafdelingen van dagbladondernemingen (w.o. Utrechts Nieuwsblad, Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad). In 1990 richtte ik het communicatiebureau Norvell Jefferson Public Relations op. Tot 2013 was ik adviseur en partner van managementadviesbureau Vannimwegen.

Het seniorenschap betekent voor mij een nieuwe levensfase die in het teken staat van het overdragen van mijn kennis en ervaring aan volgende generaties. Zo geef ik les en lezingen, coach communicatietalent en publiceer over ontwikkelingen in het communicatievak. In 2012 verscheen mijn boek ´De Communicatieadviseur – op een strategische positie in de organisatie´. Vanwege het boek word ik veelvuldig gevraagd voor inleidingen, workshops en gastcolleges bij organisaties en hoger onderwijs.

Ik ben actief verbonden aan opleidingsinstituut SRM. Daar werk ik mee aan het curriculum en het examen van de opleidingen ‘Junior’ – en ‘Senior Communicatieadviseur’ , doceer de vakken ‘Corporate Communicatie’, ‘Reputatie-management’, ‘ Communicatiestrategie’ en ben ik mentor en examinator. Individuele studenten begeleid ik bij hun scripties en voorbereiding van hun examens.

Mijn rol als zelfstandig communicatieconsultant vervul ik nu op parttimebasis. Dat maakt mij in het aanvaarden van opdrachten selectiever dan in mijn bureauperiode. Ik word nog regelmatig gevraagd bij complexe vraagstukken op het vlak van corporate communicatie, reputatie en in geval van acute crisis. Als ‘boardroom editor’ leid ik  sessies met directies en besturen die tot een eenduidige visie, kernwaarden of nieuwe identiteit voor hun organisatie willen komen. De vraag om coaching komt van communicatie-beoefenaren en -managers met wie ik in intervisiesessies hun persoonlijke ontwikkeling en prestatie als adviseur help verbeteren. (Zie ook pagina ‘Training & Workshops)

Mijn meerwaarde zit nu ook vooral in het adviseren van bestuurders bij het (her)inrichten van hun communicatieafdeling. Ik doe dan onderzoek naar nut en noodzaak en kijk naar de samenhang tussen organisatie en communicatie. Inmiddels vrij van carrièreambities ben ik geen bedreiging meer voor de zittende communicatiecollega’s. (Meer hierover: artikel ‘Communicatieafdeling op de schop’ op pagina ‘Publicaties’).

Privé: gehuwd, 2 zoons, 1 kleinzoon.

afb 6 kleinzoon

Citaat uit ‘De Communicatieadviseur – op een strategische positie in de organisatie’, Hoofdstuk 3.4.1: ‘Relatie met de media’:

“… en dan reken ik niet mee dat ik al op m´n vijftiende een eigen tijdschrift uitgaf en ´filmredacteur´ voor de schoolkrant van de Werkplaats van Kees Boeke was. Het daartoe benodigde maandelijkse contact met de Utrechtse bioscopen bezorgde mij daar een leuk weekend- en vakantiebaantje. Dat leidde er weer toe dat filmfestivalorganisator Huub Bals mij voor de eerste Utrechtse Cinemanifestatie in 1966 bombardeerde tot perschef . “Hoe schrijf je dat..?”, vroeg ik hem, groen als ik was.

Dit bedienen van de nationale en internationale pers met filmnieuws, persvoorstellingen en interviews met filmmakers en acteurs, smaakte naar meer. Ik bleef perschef van bioscoopconcerns (Wolff en Meerburg), filmimporteurs (Amstelfim) en festivals tot en met het eerste Rotterdamse – inmiddels befaamde – Rotterdamse ´Film International´ in 1972. 

Bij de dagbladuitgeverijen (Utrechts Nieuwsblad en Nederlandse Dagbladunie) mocht ik vervolgens uitgebreid bewegen in de redactionele krantenkeukens van Utrechts Nieuwsblad, Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad. Op zich best bijzonder, want in de zeventiger en tachtiger jaren waren krantenredacties nog gesloten bolwerken binnen de dagbladuitgeverij en verboden gebied voor niet-journalisten. Maar ik werd daar ´geaccepteerd´. Ik denk door mijn holistische communicatiefunctie en vooral door voortdurend te herhalen hoe zeer ik hechtte aan de redactionele onafhankelijkheid en dat ook in de externe communicatie uitdroeg. Dit werd mijn belangrijkste leerschool. Ik kon bomen opzetten over journalistiek met de hoofdredacteuren. Vooral met Max Snijders die als hoofdredacteur van Utrechts Nieuwsblad voorzitter was van het International Press Institute dat zich inzet voor wereldwijde persvrijheid. En ik verkeerde met de ´gewone´ journalisten in hun veelbesproken kroegen. 

In 1990 stapte ik met mijn bureau Norvell Jefferson Public Relations weer over naar de zijde van de nieuwsleveranciers: klanten die het bureau inhuurden om hun boodschap in krant, tijdschrift of op radio en tv te krijgen. Met mooie opdrachtgevers als ministeries, gemeenten, brancheorganisaties, politiekorpsen en een lange lijst van commerciële ondernemingen. Nu adviseer ik organisaties hoe hun mediarelatie vruchtbaar in te richten en train ik bestuurders en communicatiemensen in de omgang met journalisten.”

 

Januari 1968: persconferentie t.g.v. de première van de film 'Anna' tijdens de Cinemanifestatie Utrecht. v.l.n.r.: Philip Freriks (Parijs' agent voor het festival, Pierre Koralnik (regesisseur), Anna Kanina (hoofdrolspeelster), Karel Winkelaar (perschef).

Januari 1968: persconferentie op Schiphol t.g.v. de première van de film ‘Anna’ tijdens de Cinemanifestatie Utrecht. v.l.n.r.: Philip Freriks (Parijs’ agent voor het festival), Pierre Koralnik (regisseur), Anna Karina (hoofdrolspeelster), Karel Winkelaar (perschef).